Het kan u niet ontgaan zijn: er wordt volop gebouwd in het centrum van Mill. De toegangspoort tot het bescheiden winkelcentrum van Mill, de Oranjeboomstraat, is voor het vlot verlopen van de bouwwerkzaamheden zelfs afgesloten. Op de driehoek tussen de Oranjeboomstraat en de Hoogstraat verrijst een appartementencomplex, dat zich verder uitbreidt naar de overzijde van de straat op het perceel, waar voorheen gemeenschapshuis Mariënweerd en de bibliotheek gevestigd waren. Iedereen heeft over de nieuwbouw wel een mening: de ene vindt het te hoog, de ander vindt het te dicht op de weg staan en een enkeling vindt beiden. Hoe dan ook: de gebogen voorgevel van het complex lijkt iedereen met open armen te verwelkomen en dat geeft toch een goed gevoel.

Het appartementencomplex heeft nog geen naam en Myllesheem zou “De Kleine Prins” zeer toepasselijk vinden. Dit in navolging van “De Groote Prins”, de appartementen gelegen tussen de Hoogveldseweg en de Molenstraat.

Op deze percelen stonden namelijk voorheen 2 woonhuizen, De Groote Prins en De Kleine Prins genaamd. In 1851 kwamen beide panden na het overlijden van haar man Johannes Wilhelmus van Erp in handen van mevrouw Hermina van Hout. In 1875 gaven haar erfgenamen aan notariskantoor Kerstens de opdracht om beide huizen en omliggende gronden en opstallen openbaar te verkopen. Een krantenbericht zegt het volgende: “Twee huizen met erven, schuur en tuin, genaamd de Groote en de Kleine Prins, beiden gelegen nabij de Kerk te Mill, met bouw- en weiland, dennenbosch en heide. De Groote Prins is om zijne gunstige inrichting en ligging bijzonder geschikt tot uitoefening van winkel, herberg of eenig ander bedrijf.”

Grad van Hout, de vader van de oprichter van het latere bedrijf Van Hout, kocht beide panden. De Groote Prins werd door Grad omgebouwd tot een klompenmakerij en een boterfabriek. In 1883 werd De Kleine Prins verkocht aan herbergier Gerard Giezen, maar werd bewoond door Tinus van Kempen en het huis bleef als een kleine boerderij in gebruik. Zijn bijnaam was de Brandse Tinus, omdat hij bij brand met paard en wagen de brandspuit moest ophalen uit de opslag, die op de plek stond, waar nu de rotonde bij De Groote Prins is.

In 1961 verrijst er op de plek van De Kleine Prins een autogarage en het taxiverhuurbedrijf van Joep Teunesen. Vanaf 1972 zet Theo Reijnen uit Grave het garagebedrijf voort, waarna Herman Vlaar het in 1986 overneemt. Alle drie de eigenaars woonden boven het bedrijf en na het beëindigen ervan in 2008 blijft de begane grond leegstaan en wordt de eerste etage verhuurd als appartement.

In het kader van het centrumplan werd het pand gesloopt en werd het perceel een parkeerplaats of incidenteel gebruikt, bijvoorbeeld voor de noodunits van de Rabobank en de danstent tijdens de kermis. Jongeren van Yahoo (dagbesteding voor jeugd met een beperking) hebben de lelijke achtergebleven tuinmuur verfraaid met kunstig schilderwerk.

Eindelijk is er na al die tijd besloten tot een definitieve bestemming en aan het eind van dit jaar zullen de eerste bewoners hun nieuwe onderkomen betrekken. Hopelijk zullen zij er met veel plezier wonen en er zich prinsheerlijk voelen. Sommigen van hen kunnen vanaf het balkon aan de voorgevel zich als een prins wanen tijdens de balkonscene en de inwoners van Mill toewuiven. En laten we hopen, dat ze deze column lezen en de rijke historie van hun nieuwe woonplek nog kunnen voelen. Myllesheem zal zeker pleiten voor “De Kleine Prins” als nieuwe straatnaam om zo het verleden in het heden te laten voortleven. Dit als eerbetoon aan dit mooie stukje cultureel erfgoed.

Heeft u nog verhalen over dit onderwerp, bent u een nazaat van één van de genoemde families of personen, bezit u nog foto’s of documenten, dan hoort “Myllesheem vertelt“ dat graag.

info@myllesheem.nl
Marja Verheijen