Op onze vraag om nieuwe ideeën en verhalen in De Neije Krant van 9 januari hebben we een aantal reacties ontvangen van lezers, zoals die van Frans Linders.
Frans zit vol verhalen en heeft mappen boordevol foto’s en documenten over Mill. Hij is de jongste van de 12 kinderen van Egberta Theunissen en Piet Linders en hij woont al zijn hele leven lang in zijn geboortehuis aan de Julianastraat in Mill. Zijn zus van 103 jaar leeft nog en zij is non. Het pand stamt uit het jaar 1870 en is door de vader van Frans in 1920 aangekocht voor Fl 4150,-.
Piet Linders, Pietje, was postbode in Mill, een belangrijk beroep in een tijd, dat er verder weinig communicatiemogelijkheden waren. Regelmatig moest Pietje dan ook of mondeling of schriftelijk berichten overbrengen voor anderen, omdat telefoon nog geen gemeengoed was. Er werd hem door mensen uit het buitengebied regelmatig een boodschappenbriefje meegegeven om de volgende dag de voedingswaren weer mee te brengen. Op zondag werd er ook post bezorgd en dan was het de gewoonte om bij het uitgaan van de Heilige Mis bij de kerk te gaan staan om de post uit te delen. En wat een pech was het, als net die ene, die helemaal aan ‘t Startje in Wilbertoord woonde er niet bleek te zijn en Pietje alsnog door weer en wind de fiets op moest. Pietje las regelmatig aan de inwoners van Mill de post voor, omdat zij geen onderwijs genoten hadden en analfabeet waren. Ook schoot hij de kosten voor het verzenden van brieven en andere poststukken voor, als iemand niet goed bij kas zat. Het was een zwaar beroep, want de posttrein kwam in de vroege ochtend om 6 uur aan en
‘s avonds om 11 uur moest de verzamelde post vanuit Mill en omgeving weer aan de late posttrein overhandigd worden. Tijdens de Tweede Wereldoorlog reden deze treinen niet en moest Pietje op zijn stalen ros naar Uden om de post daar te brengen en op te halen. Gelukkig had hij toestemming om langs het spoor op te fietsen, hetgeen de kortste weg was. Het “Bewijs van Vrijen Toegang” voor een ambtenaar der Nederlandsche Posterijen werd op 19 augustus 1940 aan postbode Piet verleend door het Departement van Waterstaat. Trots toont Frans het document, dat veilig opgeborgen zit in één van zijn vele klappers.
Piet werd in 1919 aangesteld als postbezorger in Mill en in 1944 werd hij gehuldigd ter gelegenheid van zijn 25-jarig dienstverband. Hiervoor schreef Louis Moors, de kassier van de Boerenleenbank, een zeer lange toespraak vol met complimenten, die Frans ook in zijn bezit heeft.
En tussen het verhaal over zijn vader door, komen nog vele andere zaken ter sprake. Zo heette tijdens de oorlog de Julianastraat Jan van Cuijkstraat en de Bernhardstraat de Elleboogstraat vanwege de bocht, die erin zit. Namen van de koninklijke familie werden door de Duitse bezetter strikt verboden. De Wilhelminastraat stond in de volksmond al bekend als het Rathpèdje, omdat langs deze weg pastoor Rath (1936-1955, pastoor van Mill) regelmatig door het roggeveld naar de Botterfabriek liep en huiswaarts keerde met onder zijn lange pij zuivelproducten verstopt.
Frans geniet en hij lacht bij de volgende anekdote. Er zou bij het oude Raadhuis van Mill ergens in een hoek een urinoir geplaatst gaan worden. De woordenschat van de gemiddelde Millenaar was in die tijd nou niet bepaald van hoog niveau. Er kwam dan ook meteen commentaar op het plaatsen van het urinoir, want “als dat ding maar niet teveel herrie maakt en zeker niet onder de Hoogmis”. Men bleek een urinoir te verwarren met een carillon.
Vol trots laat Frans nog het eerste geldkistje van de Millse Boerenleenbank uit 1892 zien. Elke avond werd het geld in het met lood beklede kistje veilig opgeborgen en naar een boer op de Roijendijk gebracht, terwijl de sleutel ervan op de bank zelf bleef.
Juffrouw Konings, de vroedvrouw van Mill, was de buurvrouw van de familie Linders. Regelmatig kwam ze bij de moeder van Frans kleertjes halen voor de arme gezinnen, die niet voorbereid waren op alweer de geboorte van een baby. Ook vertelde juffrouw Konings weleens, dat er geen wieg in huis was en dat het baby’tje in een la van een kast werd gelegd.
En zo komt er nog meer ter sprake: Dorus Pijnenburg, militairen uit Mill in Indonesië en het Ambonezenkamp in Mill.
Nu wil het toeval, dat er al twee verhalen over juffrouw Konings en haar beroep als vroedvrouw liggen te wachten op publicatie.
Benieuwd? Binnenkort in De Neije Krant.
Geschreven door Marja Verheijen met dank aan Frans Linders.
Zie voor meer informatie op www.myllesheem.nl onder zoekterm Linders Piet.
