Myllesheem vertelt: Juffrouw Konings deel 1
Juffrouw Konings had 5 kinderen: de zonen Petrus met wie ze hier op de foto staat, Martien, Fons, Luciën en een dochter Jo.

Medio 2025 deed de Historische Kring Land van Cuijk een oproep om een verhaal te schrijven over bijzondere vrouwen in Brabant voor hun tijdschrift Merlet. De titel van dit speciale themanummer luidde “Herstory” en was een ode aan al die vrouwen, die een wezenlijke bijdrage aan de samenleving geleverd hadden, maar altijd onderbelicht waren gebleven. Namens Myllesheem werd onderstaand verhaal over juffrouw Konings en haar beroep ingediend en ook daadwerkelijk gepubliceerd. Juffrouw Konings, een fenomeen in Mill, die vele baby’s op de wereld gezet heeft en daarbij een cruciale rol speelde in de Millse gezondheidszorg.

Een vroede vrouw

Hoewel het woord “vroed” verstandig, wijs en ervaren betekent, werden in de middeleeuwen vroedvrouwen door historici vaak afgeschilderd als ongeschoolde vrouwen, die volgens deze geschiedschrijvers zelfs bijdroegen aan de hoge kindersterfte. Daarom werden vroedvrouwen in die tijd als heksen beschouwd en zijn duizenden van hen dan ook in opdracht van het kerkelijke gezag op de brandstapel beland.

Moeders, zussen, tantes en vrouwelijke buurtgenoten kwamen helpen als een baby zich aankondigde en er zat er altijd wel eentje tussen, die verstand had van geneeskrachtige kruiden, die de weeën opwekten of juist afremden. Zij was de vroede vrouw met de nodige wijsheid en kennis, maar werd daarom door de kerk beschuldigd van samenwerken met de duivel. 

Aan het einde van de 18e eeuw verschenen de vroedmeesters ten tonele en het beroep van vroedvrouw bleek niet opgewassen te zijn tegen de mannelijke wetenschappers, mede omdat zij geweerd werden uit de officiële educatieve instellingen.

Gelukkig kwam hier later verandering in en werden vroedvrouwen toe gelaten tot het gilde van chirurgijns. Nederland was een van de eerste landen, waar een opleiding voor vroedvrouwen werd opgericht. 

In 1873 werd Martinus Anderegg (1834-1916) als huisarts en verloskundige in Mill aangesteld. Rond 1900 gaf hij aan, dat deze combinatie toch wel erg veel van hem vergde en hij niet meer voldoende voor zijn patiënten kon zorgen. De gemeenteraad deed een oproep voor een vroedvrouw in Mill, maar deze werd pas in 1906 aangesteld. Na 3 vroedvrouwen, die voor weinig loon dag en nacht moesten klaar staan en de bevallingen bij de armen zonder bezoldiging moesten begeleiden, werd in 1938 mevrouw Jo Konings-van Eekelen benoemd tot vroedvrouw van Mill.

Zij was een echte vroede vrouw, want ze werd alom geprezen om haar deskundigheid en kennis. Verder was ze zeer toegewijd, omdat baby’s op de wereld helpen haar roeping en passie was. Op elk tijdstip, dus ook ‘s nachts en onder alle weersomstandigheden stond zij paraat om de kraamvrouw bij te staan bij de bevalling. In een tijd, dat lang niet iedereen over een telefoon beschikte, moest vaak de vader op zijn fiets de hulp van mevrouw Konings inroepen als de baby op komst was. Hierna snelde zij zich meestal in de donkere nacht en bij weer en wind vanaf haar huis in de Wilhelminastraat in Mill op haar motor naar het kraambed. Mensen, die haar gekend hebben, vertellen dat ze een bruin lederen motorkapje op had, een motorbril droeg en er heel stoer uitzag.

Aan haar motor hingen aan weerszijden twee grote zwarte tassen om al haar benodigdheden in te vervoeren. Zij maakte daar echter een heel ander verhaal van, vooral voor de aanstaande broertjes en zusjes van de baby. In de ene tas zaten namelijk de jongetjes en in de andere de meisjes en zij kwam het baby’tje brengen. Veel Millenaren weten te vertellen, dat ze door mevrouw Konings op de wereld zijn gezet, die inmiddels in de volksmond juffrouw Konings werd genoemd. In deel 2 leest u volgende week een aantal van deze verhalen.

Geschreven door Marja Verheijen