Myllesheem vertelt: Bijnamen van Millenaren - deel 1
Bert de Moss

Op onze oproep voor ideeën voor nieuwe verhalen, kregen we van Corné Kremers de tip om eens een keer iets te schrijven over bijnamen van inwoners van Mill, want hij “is dur enne van de Moss”. En aangezien ik er eentje ben van  “de Vloetse Thij” vond ik dit een goed plan, maar eerst even wat algemene informatie over namen en bijnamen.

Het Concilie van Trente (1545-1563) verplichtte iedereen een familienaam aan te nemen, zodat de kerk geboortes, huwelijken en overlijdens beter kon registreren. Na de inlijving van Nederland door de Franse keizer Napoleon werd het Code Civil ingevoerd en nam de staat deze taak van de kerk over. In 1811 werd iedereen verplicht bij het gemeentesecretariaat zijn familienaam te bevestigen of er eentje aan te nemen. 

Achternamen zijn te verdelen in 4 hoofdgroepen:

  • afstammingsnamen geven aan wie de vader is (patroniem), zoals Jansen (zoon van Jan), Pieters, Hendriks, Jacobs en Willems of wie de moeder is (metroniem). Deze laatste zijn veel zeldzamer, zoals Beelen van Isabel en Neeskens van Agnes, omdat zij slechts gekozen werden, als de vader niet bekend was.
  • geografische namen, die aangeven waar iemand vandaan komt of de plek waar hij woont, zoals van Schaijk, van den Heuvel, van Uden en van den Berg.
  • beroepsnamen, die afgeleid zijn van een beroep of een voorwerp, dat met dat beroep te maken heeft, zoals van de Wiel, Bakker en Smid.
  • eigenschapsnamen, zowel psychisch als fysiek, zoals de Lange en de Wild of namen afgeleid van dieren, zoals de Leeuw en Vos.

Bijnamen bestonden al voor de officiële naamgeving werd ingevoerd en werden ook bepaald door de plek, waar iemand woonde, zijn beroep, een uiterlijk kenmerk of een karaktereigenschap. Vroeger was soms iemand alleen bekend onder zijn bijnaam, nu komen bijnamen minder vaak voor en in kleinere kring of het moet een nationale bekendheid betreffen. Bijnamen kunnen positief bedoeld zijn, maar kunnen ook zeker negatief als scheldnaam gebruikt worden.

Terug naar Corné Kremers, unne Moss. Op de website van “Studio Domeinzicht” staat een hele lijst met bijnamen van Millenaren, waarop als verklaring bij de Moss staat, dat het de eerste Kremers was, die bij Maassen in Wanroij werkte. Daarbij dacht ik meteen aan bakkerij Maassen, mede omdat dat bedrijf vroeger een beschuit vervaardigde, die de Mosse werd genoemd. Maar de opa van Corné, Kees Kremers (Kis de Moss), was werkzaam als boerenknecht bij een boer in Wanroij, Maassen genaamd. “Hij is dur enne van de Moss.” Gerrit de Moss, de oom van Corné, had een schildersbedrijf in Sint Hubert en Bert de Moss, de vader van Corné, een autogarage, taxibedrijf en benzinestation aan de Leeuwerikstraat nummer 70. Dat huis bouwde Bert in 1964, waar een jaar later Corné geboren werd. 

Er waren meer families Kremers met een bijnaam, zoals de Kriele, omdat ze klein van stuk waren. Jentje Zoad, Jan Cremers, werd zo genoemd vanwege zijn zaadhandel aan de Karstraat en de familie Cremers van de Berentsweg, die in de volksmond bekend stond als Bakhuus.  

Het toeval wil, dat de vrouw van Corné, Cockie ook Kremers met de achternaam heet en Corné herinnert zich een verhaal van een tante van haar. Die werd gebeld door iemand, die verkeerd verbonden bleek te zijn, waarop ze antwoordde: ”O, da’s Bakhuus, dat is met een C!”, waardoor de persoon aan de telefoon er helemaal niets meer van begreep.

Zo zie je maar, dat bijnamen niet altijd voor duidelijkheid zorgden. 

Volgende week bekijken we de bijnaam van mijn vader, “de Vloetse Thij” en in deel 3 komen veel Millse bijnamen ter sprake.

Geschreven door Marja Verheijen

Bron: Studio Domeinzicht