Myllesheem vertelt: Bijnamen van Millenaren - deel 2

Vorige week hebben we uitleg gegeven over de herkomst van achternamen in het algemeen en ontdekten we waar de bijnaam van Corné Kremers vandaan kwam, unne Moss.

Ikzelf ben er eentje van “de Vloetse Thij”. Als men vroeger mij de vraag stelde: ”Van wie ben jij er een?” en ik antwoordde, dat ik met mijn achternaam Raaijmakers heet, dan kenden ze ons pap niet. Maar als “de Vloetse Thij” stond hij beter bekend in Mill. Mij is altijd verteld, dat het iets te maken had met boerderij De Vloet of De Vloedt aan de Domeinenstraat, maar in welke zin was me niet helemaal duidelijk. Wellicht is mijn (over)grootvader werkzaam geweest als boerenknecht op dit kroondomein. Of is de familie Raaijmakers toch pachter geweest, zoals Wiel Vloet dat beschrijft in een artikel op de site van het Brabants Historisch Informatie Centrum? 

En dat ik in een schrijven over Indische buurten van Miriam Bremmers lees, dat de Borneoweg in Mill voorheen de Vloetseweg heette, maakt het er ook niet duidelijker op. Het ouderlijk huis van mijn vader is één van het rijtje twee-onder-een-kaphuisjes aan de Borneoweg, die door zaagmolenfabriek Lamers-van Strijp voor de werknemers gebouwd waren, waarna ze in 1958 verkocht werden. Hoewel de weg aan het begin van de 20e eeuw Vloetseweg heette, zijn van de naam Borneo al in 1915 de eerste meldingen in het kadaster, zo schrijft Miriam Bremmers. 

Ik heb als kind veel in het huidige bungalowpark gespeeld, o.a. in de schapenwasplaats aan de Surinameweg. Momenteel woont mijn nicht in het ouderlijk huis van haar moeder, tante Bep.

Dus dan rijst de vraag: heette mijn vader “de Vloetse”, omdat zijn ouderlijk huis aan de Vloetseweg was gelegen? Of heette de Vloetseweg zo, omdat daar de familie Raaijmakers woonde met als bijnaam “de Vloetse”? Of had de familie Raaijmakers dan toch een relatie met boererij De Vloet? In ieder geval heeft iedereen die Vloet, Vloed of Vloedt heet in Mill ooit een binding met boerderij “De Vloet” gehad. Tenminste, dat was wat Jan Lange vertelde, toen hij op 26 maart j.l. een lezing hield over de geschiedenis van Mill. 

Daar was ook Silvia Daamen aanwezig, naast wie ik plaats nam. Dat kwam goed uit, want zij doet aan stamboomonderzoek en zo’n twee jaar geleden zijn we er toevallig achter gekomen, dat wij familie zijn. Zij heeft voor mij het een en ander uitgezocht. Haar oma, de Vloedtse Dien (zij schrijven Vloedtse en wij Vloetse) was een zus van mijn opa Raaijmakers. Hun moeder heette Klomp met de achternaam en deze familie heeft van 1803 tot 1900 boerderij De Vloedt gepacht. Silvia heeft een foto van het geboortebewijs van haar oma, waarop staat genoteerd, dat Theodorus Raaijmakers (mijn overgrootvader) en Johanna Klomp, wonende te Mil (toen nog met één l geschreven) op 20 september 1885 een dochter kregen, genaamd Gerardina, geboren op Prince Hoeve genaamd “de Vloet”, wijk A nummer 26. Dus daarom ben ik er eentje van “de Vloetse Thij”.

Er is nog een Millse bijnaam, die mijn familie betreft, maar dan van ons mam haar kant. D’n Blekken Tinus was mijn opa en hij heette Tinus Hendriks, wonende aan de Meeuwstraat nummer 1 op de Vilheide in een klein boerderijtje met een grote moestuin en een immense kersenboom. Zijn bijnaam was afgeleid van zijn beroep, namelijk het blekken van boomstammen bij Van Hout. Dit is de schors van de boomstam schillen met een daarvoor bestemd halfrond mes. 

Volgende week nog meer bijnamen van Millenaren van vroeger met daarbij een korte verklaring.

Op de foto ziet u v.l.n.r. staand ons pap Thij Raaijmakers, Mientje, Janus, Jan en Bep en zittend hun ouders.

Bron: artikel “Voorvaderlijk bakhuis” van Wiel Vloet op de site van het BHIC en het artikel “Bungalowpark met een Indische noot” van Miriam Bremmers op www.indischebuurten.nl.

Geschreven door Marja Verheijen.