Aan de koffie

De taxi is net weg. Het is vrijdagochtend op zorgboerderij De Horst. Mensen staan nog in de hal met hun jas half uit. Iemand roept al om koffie, terwijl hij zijn sjaal nog om heeft. Een ander gaat alvast zitten en wacht tot er iemand langsloopt. Stoelen schuiven over de vloer.

Terwijl mijn collega mensen uit hun jassen tovert, loopt de vrijwilliger al rond met de koffie.

Ik moet ondersteunen: melk, suiker en lepeltjes op tafel.

Ans lacht als ze me ziet. ‘Ha menneke.’

Ans kun je niet anders dan met een lach teruggroeten. Zo lief vind je ze nog zelden. Ik trek een stoel naar achteren waarop ze kan gaan zitten. Ze stopt even en legt haar hand op mijn arm.

‘Ik moet je dadelijk iets vertellen.’ Haar lach is verdwenen. Ze kijkt me ernstig aan. Niet vragend. Niet ongeduldig.

Ans is normaal iemand die wacht tot ze aan de beurt is. Die geen ruimte inneemt als het niet nodig is. Toch voel ik nu dat ze iets kwijt moet. Dus ga ik naast haar zitten.

Terwijl de rest aanschuift aan tafel, begint Ans te vertellen. Niet over koffie, maar over iets dat ze echt kwijt moet.

Ik luister, met één oog nog bij de dingen die eigenlijk moeten gebeuren. De kannen. De kopjes. De suiker. Collega’s lopen druk rond. Ik voel me bezwaard, maar weet tegelijkertijd dat dit gesprek belangrijker is dan koffie.

Ans vertelt rustig. Alsof ze het zichzelf ook nog eens hoort zeggen.

Ans is 88 en heeft veel meegemaakt. Ik voel hoe haar verhaal bij me binnenkomt; mijn hartslag versnelt. Mensen die aanschuiven zwijgen en luisteren. Ans vertelt kalm door.

Willy, net aangeschoven, vraagt: ‘Maar heb je daar dan geen trauma aan overgehouden?’

Ans zwijgt even. Denkt na. ‘Nee,’ zegt ze. ‘Dat niet.’

Dan is het stil.

‘Maar,’ zegt ze ‘ik denk er nog wel vaak aan.’ Daar stopt het.

‘En doe nou maar een bakje koffie,’ lachend kijkt ze me aan.

Ik schrik op uit mijn gedachten en loop naar de kan.

Wanneer ik terugkijk naar de tafel, zitten Ans en de anderen alweer breedlachend te praten over het weer. Dat het eigenlijk droog had moeten zijn volgens de voorspellingen.

Die dag laat het verhaal van Ans me niet los.

Ik denk aan mijn eigen leven. Aan de uren bij de psycholoog. Aan Zuid-Amerika, waar ik dacht mezelf terug te vinden. Aan de boeken die me beloven dat ik niets hoef te worden wat ik niet al ben.

En ik kijk om me heen. Tafels vol verhalen. Mensen die de oorlog meemaakten. Iemand die twee kinderen verloor. Iemand die al jaren alleen is en zegt: ‘Het is soms zo stil in huis.’ Ik besef dat iedereen zo zijn eigen verhaal met zich meedraagt.

Soms ben ik daar jaloers op. Ik zou dat ook wel willen kunnen: iets meemaken en het vervolgens laten rusten.

Maar in al mijn spirituele boeken staat ook dat vergelijken een vorm van onrust is. Dus probeer ik dat niet te doen. Ik schenk koffie in en leef verder met wie ik ben — iemand die alles wil begrijpen.

Misschien leer je de kunst van het leven niet in geleide meditaties of verre reizen.

Misschien ook niet in uren bij een psycholoog.

Misschien leer je haar hier.

Aan de koffie.

Op een gewone vrijdagochtend op De Horst.

Jorn Albers (Jorn werkt op zorgboerderij De Horst en Millsveld. Personen en gebeurtenissen in deze column zijn gefictionaliseerd of samengesteld om de privacy van betrokkenen te waarborgen.)