Loongerelateerde plannen uit Coalitieakkoord 2026-2030

In het Coalitieakkoord 2026-2030 staan ook behoorlijk wat loongerelateerde plannen voor de komende jaren. De coalitie wil een stabiel beleid en stabiele belastingen. Dat blijkt ook uit de plannen van de coalitie voor werkgevers en werknemers:

  • Regelingen die vaak ter discussie zijn gesteld, maar die belangrijk zijn voor werkgevers moeten worden behouden, zoals de expatregeling en de Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO). De expatregeling wordt niet versoberd.
  • Fiscale regelingen voor werkgevers, zoals de werkkostenregeling (WKR), moeten minder complex worden en de administratieve lasten moeten omlaag.
  • Het wordt fiscaal voordelig om werknemers deels te betalen in aandelen(opties).
  • Om schijnzelfstandigheid tegen te gaan, worden het voorstel voor de Wet verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (WVBAR) en de Zelfstandigenwet gecombineerd. Uit de WVBAR wordt het rechtsvermoeden van werknemerschap overgenomen. De ‘rest’ van de WVBAR wordt vervangen door de Zelfstandigenwet.
  • Het maximum pensioengevend loon blijft vanaf 2027 € 137.800 tot en met 2032.
  • Het wijzigen van het stelsel van loondoorbetaling bij ziekte en arbeidsongeschiktheid, vooral in het mkb.
  • Werkgevers krijgen de ruimte om werknemers te helpen met het sneller aflossen van hun studieschuld door gebruik van de WKR. Wellicht (toch) in de vorm van een nieuwe gerichte vrijstelling, maar zo gedetailleerd is het akkoord niet.
  • Elektrisch rijden blijft fiscaal aantrekkelijk. Daarnaast blijft het gebruik van deelauto's, fiets en de ov fiscaal gestimuleerd.
  • Per 2029 wordt het maximumdagloon met 20% verlaagd. De koppeling met het maximumpremieloon blijft behouden, waardoor de overheid minder premie-inkomsten binnenkrijgt. Hiertegenover komt een – nog onbekende – lastenverzwaring te staan.
  • Per 2028 wordt de maximale duur van een WW-uitkering verkort tot slechts 12 maanden, dus niet tot 18 maanden. Per 2030 stijgt de WW-uitkering in de eerste twee maanden van werkloosheid van 75% naar 80% van het loon. Tegelijkertijd wordt de referte-eis verscherpt naar 42 van de 52 weken gewerkt en gaat de opbouw van WW-rechten naar een halve maand per gewerkt jaar.
  • Per 2028 wordt de transitievergoeding hervormd. De compensatie voor de transitievergoeding na twee jaar ziekte wordt afgeschaft voor álle werkgevers.
  • Per 2030 wordt de Inkomensvoorziening volledig arbeidsongeschikten (IVA) afgeschaft.
  • Vanaf 2033 stijgt de AOW-leeftijd mee met de levensverwachting, in plaats van voor twee derde. De hoogte van de AOW-uitkering blijft ongewijzigd en groeit mee met de welvaartsontwikkeling.

Peter Meulepas, administratie- en belastingconsulent te Mill.