Eigen toilet onmisbaar voor zelfstandige werkruimte in eigen woning

Kosten van een werkruimte in de eigen woning zijn alleen aftrekbaar als die ruimte kwalificeert als zelfstandig gedeelte van de woning. In de volgende procedure gebruikte een sportinstructrice haar woonkamer als opnamestudio voor online lessen.

Een vrouw gaf les in Zumba, Yoga, Pilates en Barre bij diverse sportscholen en verzorgde daarnaast kookworkshops. Zij huurde een appartement voor € 700 per maand. Tijdens de coronalockdowns gebruikte zij haar woonkamer als opnamestudio voor instructievideo's. In haar aangifte IB 2020 bracht zij € 5.400 aan huurkosten in aftrek. De inspecteur weigerde de aftrek omdat de woonkamer niet als zelfstandige werkruimte kon worden aangemerkt. De vrouw ging in beroep en stelde dat de woonkamer wél zelfstandig was: de ruimte had een eigen deur en fungeerde als studio. Bovendien waren de verkeersopvattingen volgens haar door de coronacrisis veranderd. Verder deed zij een beroep op het vertrouwensbeginsel: een formulier op de website van de Belastingdienst had aangegeven dat haar kosten aftrekbaar waren.

Hof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:NL:GHARL:2026:698) wees alle argumenten af. De woonkamer vormde niet een naar verkeersopvatting zelfstandig gedeelte van het appartement. Het toilet en de badkamer maakten geen deel uit van de woonkamer, maar van het appartement als geheel. Zonder eigen sanitair ontbrak de vereiste zelfstandigheid. Dat tijdens corona vaker vanuit huis werd gewerkt, maakte de verkeersopvattingen niet zodanig anders dat eigen sanitair minder belangrijk werd. Het beroep op het vertrouwensbeginsel wees het Hof ook af: de vrouw had het formulier ingevuld uitgaande van een zelfstandige werkruimte, wat een onjuist uitgangspunt bleek. De aftrek was volgens het Hof terecht geweigerd.

Toelichting

De aftrek van werkruimtekosten in de eigen woning is aan strikte voorwaarden gebonden. Artikel 3.16 Wet IB 2001 vereist dat de werkruimte naar verkeersopvatting een zelfstandig gedeelte van de woning vormt én dat aan een inkomenscriterium wordt voldaan. Voor de zelfstandigheid wordt gekeken naar factoren als een eigen opgang, afsluitbaarheid, sanitaire voorzieningen en de mogelijkheid om de ruimte los van de rest van de woning te gebruiken. De maatstaf is of de ruimte ook aan derden verhuurbaar zou zijn. Hof Arnhem-Leeuwarden vond doorslaggevend dat de woonkamer geen eigen toilet had. Het Hof ging daarom niet in op andere relevante factoren. Had de woonkamer wél een eigen toilet gehad, dan was daarmee nog niet gezegd dat de ruimte als zelfstandig zou kwalificeren.
 
Peter Meulepas, administratie- en belastingconsulent te Mill.