Automatiseringsfout verliesverrekening rechtvaardigde navordering

Rechtbank Noord-Holland handhaaft in de volgende zaak navorderingsaanslagen die zijn opgelegd ter correctie van een dubbele teruggave na een foutieve automatische verliesverrekening.

Een BV ontving in 2011 voorlopige verliesverrekeningsbeschikkingen voor de jaren 2007-2009, gebaseerd op een aangegeven verlies over 2010. De voorlopige teruggaven bedroegen ruim € 3,5 mln. De inspecteur accepteerde het verlies aanvankelijk niet en verrekende de teruggaven met de aanslag Vpb 2010. Na een lange procedure werd de BV in het gelijk gesteld en het verlies vastgesteld. In 2022 gaf de inspecteur definitieve verliesverrekeningsbeschikkingen af. Door een fout in de geautomatiseerde verwerking werden de eerder terugbetaalde bedragen niet verrekend met deze beschikkingen. De BV ontving daardoor tweemaal € 3,5 mln. De inspecteur legde navorderingsaanslagen Vpb op. De BV ging in beroep en stelde dat navordering niet mogelijk was: een verliesverrekeningsbeschikking was geen "belastingaanslag" in de zin van artikel 16, lid 2, onderdeel c, AWR en er was sprake van een beoordelingsfout. Rechtbank Noord-Holland besliste dat de navorderingsaanslagen terecht waren opgelegd. Uit artikel 21, lid 1, Wet Vpb volgde dat de verrekening van een verlies met de belastbare winst van een voorafgaand jaar geschiedde door vermindering van de aanslag over dat jaar. De verliesverrekeningsbeschikking (carry back) moest daarom als een vermindering van de aanslag worden gezien. Dat artikel 21 Wet Vpb geen schakelbepaling naar artikel 16 AWR bevatte - anders dan artikel 20b, lid 3, Wet VPB - stond niet aan navordering in de weg. De Rechtbank verwees naar een arrest van de Hoge Raad van 20 maart 2020, waaruit volgde dat herziening van een definitieve verliesverrekeningsbeschikking via een navorderingsaanslag mogelijk was, mits aan de voorwaarden voor navordering was voldaan. Vervolgens besliste de Rechtbank dat sprake was van een fout ten gevolge van de geautomatiseerde verwerking en niet van een beoordelingsfout. Uit interne correspondentie van de Belastingdienst bleek dat het automatiseringssysteem de definitieve verliesverrekeningsbeschikkingen had gegenereerd zonder de voorlopige teruggaven te verwerken, omdat die informatie niet meer in het systeem stond. De betrokken medewerkers hadden dit niet bewust zo besloten; het was een onbedoeld gevolg van de eerdere verrekening met de aanslag 2010. Van de Belastingdienst kon niet worden verlangd haar automatisering af te stemmen op dergelijke uitzonderlijke situaties. De Rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond.

Peter Meulepas, administratie- en belastingconsulent te Mill.