Inmiddels werd mevrouw Konings in de volksmond juffrouw Konings genoemd, omdat iedereen veel ontzag en waardering voor haar had. Vooral bij de boeren moest ze vaak komen helpen bij een bevalling, omdat deze gezinnen over het algemeen de meeste kinderen kenden.
Een zoon van kunstschilder Kees Bastiaans vertelt, dat zijn vader na de eerste bevalling van zijn vrouw zei, dat juffrouw Konings niet meer hoefde te komen, omdat hij het bij de volgende wel zelf zou kunnen. Ze is echter bij de familie Bastiaans nog 17 keer moeten komen opdraven om te helpen bij het baren van een baby.
Tilly Gerritsma werd 5 weken te vroeg geboren en moest naar het Radboudziekenhuis in Nijmegen. Juffrouw Konings legde haar in een doos met een kruik en dekentjes en zei: ”Ik zorg goed voor mijn kindjes en ze gaan lekker warm naar het ziekenhuis.”
Soms kwam ze ook op de fiets, zo’n omafiets, en dan had ze achterop onder de snelbinders een klein koffertje, waar natuurlijk het baby’tje in lag, wat ze kwam brengen. “Wij geloofden dat, want als ze weg ging, was er ineens een kindje bij ons thuis”, vertelt Cor van de Weem.
Marja Berends weet nog, dat juffrouw Konings bij hun op de inrit een keer van de motor viel, toen ze met de benen de motor wat achterwaarts wilde duwen.
Tiny Rooijendijk heeft zelfs nog een briefje, waarop ze heeft genoteerd: ”Geboren op 25 oktober 1946 om 22.15 uur, zoon van A. Rooijendijk en A. Rooijendijk-van Dijk”.
Toos Derks is nu 80 en herinnert het zich nog als de dag van gisteren: “Ze kwam met een grote tas binnen en daar zat het kindje in. Zo onnozel als wij waren geloofden wij dat natuurlijk. We moesten een poosje naar de buurvrouw en als we terug kwamen, was het baby’tje geboren.”
Janneke van Eenbergen kent ook nog een leuk verhaal, dat aangeeft hoe groot de bezieling van juffrouw Konings was. “Juffrouw Konings werd geroepen, omdat ons mam moest bevallen, maar zij constateerde, dat het nog wel even kon duren. Ze stuurde ons pap naar beneden, deed haar jurk uit en kroop zelf bij ons mam in bed. Toen het eindelijk zover was, schoot ons mam in de lach. Juffrouw Konings, die zich weer snel aangekleed had, had haar jurk namelijk binnenste buiten aan. Toen de baby er was, zei ze: “Vrouwke, ge bent nog niet klaar, er komt er nog eentje.” Bleek het een tweeling te zijn. ”
Nadat juffrouw Konings in Mill en omgeving heel veel baby’s het eerste daglicht had laten zien, stopte zij in 1969, bijna 70 jaar oud, als vroedvrouw.
In 1971 besloot de gemeenteraad van Mill haar te benoemen als Ereburgeres van Mill als dank voor haar grote bijdrage aan de gezondheidszorg en in april van dat jaar werd de prijs door burgemeester Hofmans uitgereikt. Zie foto.
Juffrouw Konings werd in 1900 in Tilburg geboren en op 18 november 1981 overleed zij te Mill. Als een vroede vrouw en als vroedvrouw liet zij op veel inwoners van Mill een bijzondere indruk na. Niet alleen door haar eigenzinnige karakter, haar kunde en kennis en de overgave, waarmee ze haar bijzondere beroep uitoefende, maar ook door haar zoon Pater Martien Konings, missionaris uit Mill, die baanbrekend werk in Congo heeft verricht.
Vroede vrouwen krijgen vroede kinderen.
Geschreven door Marja Verheijen
