U heeft het vast al gemerkt: de verkiezingen staan voor de deur. Plotseling lijken alle rotondes, lantaarnpalen en supermarkt-ingangen behangen met vriendelijk kijkende gezichten op grote borden. Het is bijna alsof het dorp ineens een openluchtgalerie is geworden van lachende kandidaten. Wie herkent wie? En wie zegt eigenlijk: ‘Stem op mij, ik ken u wel een beetje?’ Het werkt: een bekend gezicht wekt vertrouwen, en dat heeft bij eerdere gemeenteraadsverkiezingen al duidelijk resultaat opgeleverd.
In een dorp voelt stemmen soms bijna als een reünie. ‘Oh, die ken ik van de sportclub. Die zat bij mij in de klas op de middelbare school. En zij woonde vroeger bij mij in de buurt!’ Je zou bijna denken dat je per ongeluk naar een dorpsfeestje gaat in plaats van naar het stemhokje. Elke vier jaar verandert het straatbeeld een beetje. De glimlach is zorgvuldig gekozen, de slogan kort en krachtig. Dat mag ook. Het vergt moed om jezelf beschikbaar te stellen. Dat verdient respect.
Aan de overvloed aan slogans wordt ook nog een sloot aan beloftes toegevoegd. Tijdens de campagne lijkt alles ineens heel eenvoudig: regels verminderen, lasten omlaag en meer bouwen. Wie kan daar nu tegen zijn? Het klinkt allemaal prima, en eerlijk gezegd, het is best geruststellend. Iedereen knikt instemmend, lacht even bij de slogan en denkt: ja, dit klinkt goed.
Maar als je even verder kijkt, is het contrast met de vier jaar ertussen best grappig. Want die glimlach op het bord blijft, maar het werk achter de schermen zie je nauwelijks. Stemrondes, lastige keuzes, dossiers waar niemand over praat… dat is waar het echt om gaat. Niet dat het vervelend is, politiek is nu eenmaal ingewikkeld, maar het maakt je als kiezer ook een beetje nieuwsgierig: wat gebeurt er nu echt achter die glimlach en wie maakt deze beloftes waar?
Dus daar sta je dan, in het stemhokje en je denkt: ‘Op wie zal ik stemmen? Die ken ik van de sportclub, die zat bij mij in de klas, en die oud buurtgenoot… oh, ja, die ken ik ook!’ Het is herkenbaar en bijna charmant tegelijk. Vertrouwd, gezellig, dorpspolitiek op z’n best. Maar het is ook een moment om even stil te staan: wie neemt de lastige beslissingen? Wie legt uit wat er echt gebeurt en wie kan mijn problemen daadwerkelijk oplossen?
Op 18 maart mogen we stemmen. Dat is een voorrecht. En daarna? Dan verdwijnen de borden weer uit het straatbeeld. De glimlach op de foto vervaagt langzaam, maar de echte politiek begint dan pas. Misschien is dat wel de kern van deze verkiezingen: niet wie zich nu het meest laat zien, maar wie zich heeft laten zien en zich straks blijft laten zien. Misschien is dat een gedachte om mee te nemen wanneer u in het stemhokje staat.
Niels Linders, Liberaal LVC
