Myllesheem vertelt: Bijnamen van Millenaren - deel 3

Na “De Moss” en “de Vloetse Thij” uit deel 1 en 2 volgt hieronder een opsomming van andere bijnamen van Millenaren. Maar eerst even iets anders. Zoals we al eerder aangaven, is het niet altijd duidelijk waar een bijnaam vandaan komt. Zo zou Corné er “enne van De Moss zien”, omdat een voorvader boerenknecht was bij boer Maassen in Wanroij. Echter reageerde iemand, wiens moeder er eentje van De Moss was, dat het vrijwel zeker te maken heeft met de Maas, waar de familie Kremers in de buurt woonde. We zullen het nooit zeker weten, hetgeen ook het geval is bij alle onderstaande bijnamen.

Ben Pap was de bijnaam van Ben Abels, die vroeger de melkboer was en met zijn wagentje in Mill flessen melk en pap rondbracht. 

De Langen Tien werd zo genoemd vanwege zijn grote lengte en het was de bijnaam van de heer Tien Raijmakers  uit de Margrietstraat, die conciërge was van de LTS in Mill.

De Rooijen Tien was Tien Peters wonende op de hoek van de Genieweg-Leeuwerikstraat. Hij werd zo genoemd, omdat hij rossig was. Hij had een bloemenwinkeltje aan huis.

De Vorrelsen  Harrie was de heer Harrie Ermers, die een boerderij had aan de Vorleweg. De naam Vorleweg verwijst naar de oude benaming Voerlaer of Vorle. Het woord “laar” is een open plek in het bos, waarschijnlijk waar de dieren gevoederd werden. De Vorle Hoeve was een boerderij of bouwhof aldaar. 

D’n Beksenboer was Jef van Kempen, de vader van Tiny van Kempen en hij woonde samen met zijn vrouw Grada op boerderij Het Hekken. Daar liep de Kerkse beek, die later gekanaliseerd is tot het Defensiekanaal, nu het Peelkanaal.

Mat en Nel Pin van de Wanroijseweg danken hun bijnaam aan de achternaam van hun moeder, namelijk Pijnappels. 

Meister Kiep was het hoofd van de jongensschool en heette met de achternaam van Kuppevelt, wonende in de Vloetsestraat.

Ons Hanneke was Hanneke Thoonen, die een winkel had aan de Stationsstraat, hetgeen nog steeds op het pand staat.

Piet de Kapper was Piet van Grinsven en hij had een kapsalon aan de Kerkstraat.

Theo van der Zanden was conciërge op de MAVO en werd Potter of Potterke  vernoemd naar Norman Potter uit de televisieserie “Please, Sir!” uit 1968-1972.

Sjef en Jo Bastiaans hadden Pen als achternaam, omdat de familie vroeger rondging voor de verkoop van schrijfwaren. 

Puk en Muk waren de gebroeders van Duren, die de Romkar (melkwagen) van de stoomzuivelfabriek reden.

Spits van Hout was de bijnaam van de heer van Hout van de houtfabriek en ‘t Lichtmenneke was Koos van den Broek. 

Zuster Kwatta was Zuster Eduarda van de Meisjesschool, waar zij les gaf aan de kleuters, die haar echte naam te moeilijk vonden om uit te spreken. 

Toon van de Luien Dreij was de heer Hendriks, die aan een flauwe bocht aan de Langenboomseweg woonde.

Bertje Veldpaus werkte op de melkfabriek en had als bijnaam d’n Botterkletser.

En dan hebben we nog: Toon Zwets, Toon Lul, de Witte, Kulleke, Tontje Suuker, Jan Zeik, Grad Knik, Hanneke Waterbuuk, Kluutje, Snuutje, Wimke Zeik van de Meulenwiek, Piet Baal, de Sok, Jan de Mulder, Sjefke Wip en vele, vele anderen.

Dit is slechts een greep uit de vele bijnamen, die voor Millenaren van vroeger in de volksmond gebruikt werden. In deze tijd heeft iedereen een eigen identiteit met een achternaam, adres, telefoonnummer e.d. en zijn bijnamen niet meer nodig om duidelijk te maken over wie we het hebben. Ook zouden bijnamen met een negatieve en beledigende bijklank niet meer passen in een tijd, waarin op scholen, bedrijven en andere instanties volgens protocollen respectvol met elkaar omgegaan wordt. Hoe dan ook, Corné is nog steeds trots, dat ie “dur enne van de Moss is” en ik eveneens, dat ik er eentje van de “Vloetse Thij” ben.

Op de foto ziet u boerderij Het Hekken van d’n Beksenboer.

Geschreven door Marja Verheijen.

Bron: Studio Domeinzicht