We hadden afgesproken dat we het over de verkiezingen zouden hebben. Wie kunnen we nog geloven? Wie heeft het beste voor met de gewone burger. Wie liegt er niet en komt zijn belofte na? Wordt er niet gerommeld met de uitslag? Heeft het wel zin om te stemmen? Zo maar wat vragen die naar boven kwamen en die we bespraken. Moeten we gaan stemmen of heeft het toch geen zin?
Eerlijk gezegd heb ik niet zo veel met het politieke circus en houdt me liever bezig met wat anders. Anderzijds is het wel interessant wat er allemaal leeft en wat er, soms stiekem zonder dat we dat in de gaten hebben, aan wetten en regels worden doorgedrukt. Moeten we als schapen alles slikken als men de belofte niet nakomt of als we, uiteraard met velen gelijkgestemden, de kont tegen de krip gooien. Ik herinner me nog goed de uitspraak van Rutten in de coronatijd dat we zelf verantwoordelijk zijn. Maar is dat niet altijd zo? Of zijn we zo door angst bezeten dat we niet nuchter meer kunnen nadenken, dat we de kudde klakkeloos volgen omdat dit wel zo gemakkelijk is? Omdat angst voor het oude vertrouwde overheerst? Omdat de gebaande wegen zo’n druk op ons leggen dat de moed al in de schoenen zakt om dit te bevechten. Liever ten onder gaan dan voor onszelf opkomen?
Ja er komt heel wat los als je met een groepje mensen de ins- en outs bespreekt van de politiek en wat er zoal speelt in de wereld. En kunnen we er iets aan doen aan het spel wat er door de machtigen der aarde gespeeld wordt? Het is wel heerlijk dat we zonder stemverheffing, respect hebbend voor elkaars mening, elkaar in zijn of haar waarde laten. Geen uitlatingen betwisten maar wel vragen stellen.
Even later zijn onze economische omstandigheden aan de beurt. Het is toch niet te filmen dat in Nederland alles zo duur is en in de buurlanden levensmiddelen, benzine, gas en wat al niet meer veel goedkoper zijn. Zijn wij in Nederland, de proeftuin om te experimenteren? Om te kijken hoe ver men ons kan dichtknijpen, hoe ver ze ons kunnen krijgen in hun bestuurlijke drift. Vissers zijn al kapot, boeren moeten kapot, het land moet ingepikt worden. Alsook ons zuur verdiende geld, ons vermeende bezit en de vermeende vrijheid die we nog denken te bezitten. Het journaal laat ons kommer en kwel zien. De ouderen en zieken moeten het in de toekomst bezuren omdat er nauwelijks geld voor is. Eerder op de dag verteld de overbuurman dat het met de eetgelegenheden erg goed gaat, alles is volgeboekt. Als jij het nog begrijpt? Ik niet meer. Nou ik word er weer niet vrolijk van en de schaalmoet wel in balans blijven.
Dus koop ik een mooi bloemetje voor mezelf en ga lekker in de zon zitten zo gauw die zich laat zien. Ik wil immers niet dat angst me te grazen neemt dus zoek ik letterlijk en figuurlijk de zon op in mijn leven. En geniet van mijn kinderen en kleinkinderen en de geneugtes des levens. Daan heeft weer eens iets besteld en het naar mij opgestuurd. Hij heeft er een hekel aan als hij een pakje moet aannemen. ‘Dan wil ik wel een stukje zelfgemaakte monchoutaart als ik je pakje kom brengen, met kersen’ zeg ik tegen hem. En dat vindt hij een uitstekend ruilmiddel. De spullen heeft hij al in huis gehaald dus we, mijn andere zoon en ik, kunnen komen. De weersberichten beloven ons heerlijk voorjaarsweer en dat alleen al doet vele mensen goed. Dwars door de donkere wolken om ons heen moeten we de zon zien blijven schijnen. Dat doet de mens goed en werkt op ons gemoed.
Tilly Gerritsma, Mill
