Bestempel iets als een "belastingconstructie" en de toon is gezet. In de Voorjaarsnota 2026 is de papieren schenking expliciet genoemd in de jaarlijkse lijst van opmerkelijke belastingconstructies.
Juridisch valt hier weinig op af te dingen: het gaat om een vormgeving die gebruikmaakt van de samenloop van schenk- en erfbelasting, box 3 en vermogensafhankelijke regelingen. In die zin is de hypotheekrenteaftrek overigens ook een belastingconstructie, bestemd om het inkomen uit werk en woning te verminderen, maar goed. Het label "belastingconstructie" zegt meer over de manier waarop de wetgever naar de papier schenking is gaan kijken. Wat jarenlang gold als legitiem planningsinstrument is kennelijk ongewenst gedrag geworden.
De systematiek is bekend. De (groot)ouder schenkt op papier: er ontstaat een schuld aan het (klein)kind, vastgelegd bij notariële akte. Jaarlijks wordt de rente betaald, die fiscaal geen schenking is. De hoofdsom is eventueel belast in de schenkbelasting; bij overlijden is de niet-afgeloste vordering een schuld van de nalatenschap, mits aan de voorwaarden is voldaan. In box 3 vermindert de schuld het vermogen van de schenker, terwijl de vordering het vermogen van de begiftigde vergroot. De grondslag voor de erfbelasting wordt dus verminderd, een deel van het vermogen is al via rentebetalingen doorgegeven, een ander deel vermindert als schuld de nalatenschap. In termen van een belastingconstructie: de grondslag wordt "uitgehold" en het vermogen is "doorgesluisd". De papieren schenking is jarenlang volledig in het zicht en met medeweten van de wetgever toegepast. De voorwaarden die gelden voor een papieren schenking staan zelfs vermeld op de website van de Belastingdienst, toch ook niet echt gebruikelijk bij belastingconstructies. De fiscale uitwerking is een rechtstreeks gevolg van bewuste keuzes van de wetgever (progressieve tarieven, box 3, schuldaftrek, vermogensafhankelijke bijdragen). In 2022 ging het volgens informatie van Financiën om minimaal 24.200 schenkingen. In totaal werd in 2022 742 mln aan vermogen op papier geschonken. Dat is gelijk aan circa 7 tot 8% van het totaal aan geschonken vermogen waarvoor aangifte schenkbelasting is gedaan. Een belastingconstructie van ongekende proporties. Of is het geen belastingconstructie, maar geeft de papieren schenking een onwenselijke uitkomst in bepaalde gevallen? Dat lijkt te volgen uit de twee beleidsopties die in de Voorjaarsnota worden genoemd om de papieren schenking aan te pakken. Deze benaderen de papieren schenking nadrukkelijk als instrument dat "minder aantrekkelijk" moet worden gemaakt.
Beleidsoptie 1: een verlaging van de forfaitaire rente. De beoogde modernisering naar een rekenrente van naar verwachting circa 3% per 1 januari 2028 halveert in feite de jaarlijkse onbelaste vermogensverschuiving via rente. Dat verkleint het fiscaal rendement van de papieren schenking. Slechts deels een oplossing, want tegelijk wordt de jaarlijkse last voor de schenker door de gedaalde rente lichter, waardoor het juist laagdrempeliger wordt om te schenken op papier.
Beleidsoptie 2: een fictieve verkrijging voor schenk- en erfbelasting. Daarmee wordt het progressievoordeel op de hoofdsom weggenomen. Aflossingen tijdens leven en de opeisbaarheid bij overlijden worden belast alsof er nooit een papieren schenkingsroute zou zijn geweest. Al betaalde schenkbelasting wordt verrekend. De papieren schenking blijft civielrechtelijk bestaan en kan nog steeds dienen voor vermogensplanning, maar verliest zijn fiscale (meer)waarde.
Uiteindelijk is de kwalificatie van de papieren schenking als belastingconstructie vooral een kwestie van perspectief. Wat voor de één een goede, legitieme manier is om vermogen te plannen en belastingdruk te verlichten, is voor de ander een uitwas van een systeem waarin de samenloop van regels ongewenste uitkomsten mogelijk maakt.
Peter Meulepas, administratie- en belastingconsulent te Mill.
