Uit het leven gegrepen

De buurt barbecue kwam er weer aan en hoewel ik niet naar de BBQ ging, ik had wel aangegeven dat ik kwam buurten. Want dat kon ook voor degene die niet van BBQ hielden of om wat voor reden dan ook verstek lieten gaan. ‘Kom je wat drinken Tilly?’ appte mijn overbuurvrouw toen ik net klaar stond om naar de feestelijk ingerichte ruimte te vertrekken.

Het feestje werd precies tegenover mijn huis gehouden. De overkapping van twee naast elkaar staande garages, een stevig doek voor de uit- en ingang.  Lampjes ter versiering, bloemetjes op de tafels en stoelen- laag en hoog, en uiteraard de nog brandende barbecue verwelkomde ons. Toen ik wat eerder in de week over onze straat nadacht, kwam ik er achter dat we een groep zeer gemengde bewoners zijn. De ene kant van de straat bestaat uit koophuizen, de andere kant uit huurhuizen. Je zou dus kunnen zeggen rijk en arm maar zo ver wil ik niet gaan want dat verhaal klopt natuurlijk niet. Want wat is rijk? Ik voel me de konink te rijk vanuit een bepaalde invalshoek bezien. Terwijl mijn fysieke staat, betere gloriedagen heeft gekend. Arm en rijk … je kunt dit op zoveel manieren definiëren. 

De oudste bewoner is in de tachtig, de jongste bewoner is vier jaar. Drie generaties wonen er in onze straat. Er wonen echtparen, samenwonende, alleenstaanden en nieuwe Nederlanders. We hebben dus een mooi gemengd gezelschap. Niet iedereen kon komen of had zin in een bijeenkomst en dat hoort er natuurlijk ook bij. Vrijheid en blijheid staat in het vaandel. Geen verplichtingen want die hebben we al genoeg.

De ouderen onder ons hebben natuurlijk talloze verhalen en de oude doos werd op een gegeven moment ook opengetrokken. Als echte MIlse, ik heb maar een paar jaar in Nijmegen en in Groesbeek (Dekkerswald) gewoond, zou je kunnen stellen dat ik het nodige van Mill en zijn bewoners weet. Dus niet, zeg ik toch wel met enige schaamte. Enerzijds is mijn geheugen niet al te best, nooit geweest overigens. Wellicht zag ik al op jonge leeftijd in dat het niet de moeite waard was om van alles en nog wat te onthouden. Maar gelukkig wist ik nog wel dat Catootje voordat ze met de winkel in de Bernhardstraat woonde, in de Molenstraat had gewoond. Ik hoor in gedachten haar gezellig kwebbelende mond waar het ene na het andere verhaaltje uitkwam. Mijn broer en ik gingen op zondagochtend ons zakgeld van een dubbeltje, of was het vijf cent? bij Catootje verbrassen. Omdat ik dit wist en mijn jongeren buurtjes niet, die dus ook echt de jongste niet meer zijn, werd ik de oude mevrouw genoemd. Logisch als je net iets dieper in de geschiedenis van het Milse kunt kijken al was het maar heel summier.  Een ander buurtje geboren in Amsterdam, heeft in Nijmegen en in Wijchen gewoond. En zoals ik al eerder  vertelde hebben we in Nijmegen in dezelfde straat, de Graafseweg, gewoond. Hoe groot en/of klein kan de wereld zijn. Helaas heb ik niet met alle buurtjes kunnen praten want ja zo gaat dat op een feestje. Maar het blijft leuk dat je elkaar op een vrijblijvende manier toch weer wat beter leert kennen. Mensen komen en mensen gaan, maar de morgenstond blijft hopelijk nog lang bestaan. Ik geniet van mijn buurtjes alleen al om het gegeven dat iedereen vriendelijk is en tijd heeft voor een praatje. Al is het maar prietpraat, we hebben elkaar toch weer even gezien. En wonend in mijn gouden jaren, heb ik voor mijn gevoel ook gouden buren die altijd voor me klaar staan als ik hen nodig heb. Ik ben heel erg blij met hen en hoop dat ze ook een beetje blij zijn met mij.

Tilly Gerritsma, Mill