Uit het leven gegrepen

‘Hoe gaat het?’ vroeg hij me en even twijfelde ik wat ik moest zeggen. Vertellen dat het niet al te best ging en, al was het maar even … in de zeur en treur modus gaan zitten. Of dat stukje maar overslaan want daar schiet je toch niets mee op. ‘Goed’ zei ik dus maar. Niet vol overtuiging maar goed genoeg zodat mijn zoon wist dat we het bij goed konden houden. ‘En met jou?’ vroeg ik hem. Want de dag ervoor had hij geen beste dag gehad. ‘Ik heb een fijne dag gehad’ antwoorde hij en hij begon te vertellen.

‘Een jongere die ik begeleid noemt zichzelf een gabber en ik vertelde hem over mijn gabbertijd. Daardoor kregen we een prachtige band. Wie had kunnen bedenken dat ik in mijn wilde jaren later op de werkvloer, nog eens mijn gabbertijd in zou kunnen zetten. Met een andere cliënt, een zeer gevoelig meisje, had hij prachtige gesprekken gevoerd en ze voelde zich bij hem gezien en gehoord. ‘Dat is wat ik graag doe mam, vanuit mijn hart werken en niet met al die protocollen om de oren slaan’. Kun je dat niet nog meer expliciet aangeven vroeg ik hem. Want ik weet dat hij vaak botst met de regels van het GGZ, dat wat het GGZ belangrijk vindt. Even later viel de zin: Je moet toch verstandelijk kunnen begrijpen dat je het hart nodig hebt bij je werk. En we moesten beide lachen. Regels, protocollen, het zegt veel over angst die te veel rondzwaait in de arbeidscultuur. Waar blijft het hart, de liefde, medemenselijkheid?

Afgelopen week heb ik een prachtige film op Netflix gezien: Four Hands, Two Sonatas. De muziek bij de opening van de film brengt me bij de Efteling. Dance Macabre, van het spookslot. Heerlijk … ook al is het wellicht macaber, iedere dag luisterde ik naar de dansende spoken of is het de doden? Doden die levend zijn want anders kun je niet dansen, toch! Een heel scala aan emoties kwam in de film voorbij. Ik denk aan de woorden: schone schijn, uiterlijk vertoon, trots, jaloezie, erkenning ofwel aandacht willen. Vriendschap, liefde … soms veranderd in haat en ga zo maar door. Wat kan de mens een ander en zichzelf toch aan doen door angst maar ook door liefde, heel wonderbaarlijk hoe we als mens in elkaar zitten met onze angst, valse trots, hoop en verwachtingen. 

Heerlijk is het dat bij het ouder worden bij vele mensen het ego een toontje lager gaat zingen, vertelt een vriendin. Ik herken dit ook bij mezelf en vindt dat wel zo prettig. Het willen of moeten bewijzen is al lang naar de achtergrond verdwenen en ik laat de meeste dan ook lekker in hun sop gaarkoken, als ik weer eens merk dat het ego met hen aan de haal gaat. Ik hoef me niet meer zo nodig te bewijzen door als het ware het laatste woord te hebben of door iets te verdedigen. We praten nog even verder over hoe fascinerend de mens en zijn gedrag is en ook hoe begrijpelijk als we wat dieper leren kijken. We hebben allemaal last van het verleden, van ons pijnlichaam, de traumatische ervaringen die we opgelopen hebben of in onze familierelaties nog rondspoken. Zouden al die ervaringen, vaak ver weggestopt, eens als de tijd rijp is, hun dance de macabre willen spelen? In het volle licht gezien willen worden om daarna te kunnen veranderen in bewustzijn wat niet meer de hoofdrol maar een bijrol gaat spelen. 

De herfst komt eraan, de blaadjes verkleuren en vallen van de bomen. En uiteraard paddenstoelen. Overigens hoef ik daarvoor niet naar buiten, die kan ik ook binnen bewonderen. Intens geniet ik van die prachtige paddenstoel die ‘van buiten’ is komen aanwaaien.

Tilly Gerritsma, Mill