De spoorlijn van Boxtel naar Wesel in Duitsland was met een lengte van 92,2 kilometer een voormalige spoorlijn van de Noord-Brabantsche Duitsche Spoorweg-Maatschappij, de NBDS. In de volksmond staat deze bekend als het Duits Lijntje en in Duitsland wordt gesproken van de Boxteler Bahn. In 1873 werd begonnen met de aanleg en in 1878 werd het volledige traject geopend. Het verbond het Duitse Wesel via Goch, Gennep, Uden, Veghel en Schijndel met Boxtel. Vanaf mei 1881 werd de spoorlijn onderdeel van de verbinding Sint Petersburg-Berlijn-Londen, waar een boot naar toe voer vanuit Vlissingen. Veel diplomaten, koningen en Russische tsaren hebben gereisd in de luxe treinen. Dus menig belangrijk persoon al dan niet van adellijke afkomst heeft vanuit zijn of haar privé coupé tijdens de stop op het station in Mill een blik kunnen werpen op ons dorp.
Maakten in 1877 ongeveer 190.000 passagiers gebruik van deze spoorlijn, in 1913 waren er dat bijna 900.000. De dorpjes langs het traject hadden een groot economisch profijt van dit succes mede omdat het spoor de Nederlandse zeehavens verbond met het Duitse achterland. Er was veel personeel nodig voor o.a. het bedienen van de seinen en de wissels, het laden en lossen van goederen, het verkopen van kaartjes en het bedienen van de spoorbomen. Op de trein zelf had je nog de machinist, de conducteur en om de paar wagons was ook een remmer aanwezig om de trein op tijd te laten stoppen. Zo waren er verder nog rangeerders, elektriciens, boekhouders, kassiers, ingenieurs, inspecteurs, de treinsmid, nachtwakers en pak- en ladingmeesters. Regelmatig was de vrouw van een spoorwegbeambte de wisselwachteres, want ze woonden toch dichtbij in een door de Staatsspoorwegen aangewezen woning.
Als gevolg van de Eerste Wereldoorlog kwam aan het grote succes echter een einde en werd het traject voornamelijk gebruikt voor Europeanen, die de oorlog ontvluchtten en afreisden naar Engeland. Het werd financieel gezien steeds moeilijker om de treinen rijdende te houden en in 1919 namen de Staatsspoorwegen de exploitatie van het Duits Lijntje over. In 1922 werd de NBDS failliet verklaard.
Op 10 mei 1940 vielen de Duitsers via het Duits Lijntje Nederland aan en ze wisten bij Gennep een trein vol militairen ons land binnen te loodsen, die tot in Uden door denderde. Op de terugweg ontspoorde de Duitse pantsertrein, omdat er in Mill in allerijl een verdedigingswerk was aangelegd in de vorm van stalen balken, de zogenaamde asperges. Er volgden zware gevechten.
Op 10 maart 1945 blies het terugtrekkende Duitse leger de spoorbrug bij Wesel op en daarmee kwam een eind aan het Duitse gedeelte van het Duits Lijntje. Na de overgave was handel drijven met Duitsland sowieso verboden.
In 1950 stopten de Nederlandse Spoorwegen met het vervoer van personen op de lijn Boxtel-Uden en in 1972 werd op het stuk van Mill naar Uden het vervoer van goederen beëindigd.
Tot 2005 werd het traject tussen Boxtel en Uden gebruikt door de Cehave in Veghel voor het vervoer van goederen vanuit Frankrijk.
Stukje bij beetje werd de spoorbaan opgebroken en verdween uit het landschap, maar er zijn nog veel overblijfselen, die ons herinneren aan de glorietijden van deze spoorlijn. Er waren 15 stationnetjes gebouwd aan de spoorlijn, waarvan er nog 7 zijn overgebleven, waaronder die in Mill, nu jongerencentrum De Wissel. Langs het Duits Lijntje stonden 53 spoorhuisjes (wachtposten), die bewoond werden door de spoorwachters, die de spoorwegovergang en de seinen bedienden. Ook de twee wachtposten nummer 34 en 35 in Mill zijn bewaard gebleven, weliswaar verbouwd. Het oude tracé is nu grotendeels een mooie wandel- en fietsroute geworden door bossen, velden en weilanden, maar met enige fantasie zie je de rookpluimen nog van de Blauwe Brabanders, zoals de stoomlocomotieven door hun blauwe rijtuigen werden genoemd.
Op de foto ziet u Station Mill, destijds nog geschreven als Mil, waarover in deel 3 meer.
Zie ook “Myllesheem vertelt, 150 jaar Duits Lijntje” van 23 november 2023 te vinden op de site www.myllesheem.nl.
Geschreven door Marja Verheijen.
