Klein box 3-vermogen? Forfait vaak voordeliger dan werkelijk

In je aangifte IB 2025 kun je voor box 3 voor het eerst het werkelijk rendement doorgeven. Het aangifteprogramma helpt je op weg.

Zodra je box 3-vermogen boven het heffingsvrije vermogen uitkomt, vraagt het programma of je het werkelijk rendement wilt opgeven. Doe je dat, dan maakt het systeem automatisch twee berekeningen: één op basis van het forfaitaire rendement en één op basis van je werkelijke rendement. De voordeligste optie wordt dan verder meegenomen in de aangifte. Toch is de keuze minder vanzelfsprekend dan je misschien denkt. Uit de praktijk blijkt dat het forfaitaire rendement bij kleinere en middelgrote vermogens vaak voordeliger uitpakt. Een mogelijke verklaring is dat er voor het werkelijk rendement in tegenstelling tot het forfaitair rendement geen heffingsvrij vermogen geldt. Daarnaast blijkt het werkelijke rendement op overige bezittingen in de praktijk vaak hoger te zijn dan het forfaitaire percentage dat de Belastingdienst hanteert. Voor 2025 is het forfaitair rendementspercentage op banktegoeden definitief vastgesteld op 1,37% (was voorlopig 1,44%). Het forfaitair rendementspercentage op schulden is op 2,70% (was voorlopig 2,61%) uitgekomen. In de voorlopige aanslagen IB over 2025 heeft de Belastingdienst dus voorlopige percentages gehanteerd. Als de voorlopige percentages afwijken van de definitieve percentages kan het dus zijn dat je te veel of te weinig hebt terugontvangen of betaald. Verwacht je meer geld terug te krijgen, dan loont het om op tijd de aangifte IB 2025 in te dienen. 

Peter Meulepas, administratie- en belastingconsulent te Mill.