Uit het leven gegrepen

Als ik de voordeur open maak verwelkomt ze me met een zinnetje dat ik niet goed kan verstaan. ‘Wat zeg je?’ vraag ik aan mijn kleindochter van net drie. ‘Ik heb op het potje gepoept’ zegt ze heel triomfantelijk. En papa vult aan dat ze dit de laatste dagen al driemaal heeft gedaan. Hiep, hiep hoera! Dat is pas een goede binnenkomer.

Omdat ik niet op haar verjaardag kon komen, komt ze haar cadeautje zelf halen. En dat is wel zo leuk. Ze wil er nog niet mee spelen maar wil het speelgoed uit de kast, wat ik daar altijd bewaar. Het is fantastisch om te horen dat ze steeds meer en beter gaat praten. En ook het puzzelen gaat haar goed af. Mijn boekenkast wordt evengoed nog bemind zodat het nodiger eruit wordt gehaald en op en neergeschoven. Even later vraagt ze of ze op de achtbaan mag. Ik kan het nog even uitstellen maar dan moet ik er toch aan geloven. Voor de eerste keer, zonder haar oudere broertje, in de achtbaan (traplift). Nadat de veiligheidsriem is omgedaan, en de nodige instructies zijn gegeven, gaat ze met een stralende lach omhoog. ’Jouw verantwoording’ zegt mijn zoon en daar kan ik wel mee leven. 

Nadat ik mijn buurvrouw die regelmatig even komt buurten, vertelde van de openingszin van mijn kleindochter, kwam het gesprek al gauw op luiers. In onze tijd, ja ja we horen bij de oudere generatie, droegen onze kinderen nog katoenen luiers. En hele dikke voor de oudere kinderen en vaak voor ’s nachts. We gebruikten nog spelden en later gebruikte we papieren tape. Dat was wel zo handig. De buurvouw vertelde over de blauwe doekjes in de luier die de grote boodschap kon opvangen. Het plastic wat je om de luier knoopte tot een broekje was ik ook al vergeten maar al pratende komt er van alles uit de ‘oude doos’. We hebben beide een achtergrond van verpleging/verzorging en ook daar zijn uiteraard enorme veranderingen te zien. Er waren alleen maar witte uniformen en ik heb nog met een kapje op mijn hoofd gelopen. Insuline moest je zorgvuldig berekenen en spuiten waren van glas. De buurvrouw heeft in dezelfde straat, de Graafseweg in Nijmegen, gewoond als mijn ex-man Rob. Zij met haar toenmalige man voor de brug en Rob’s ouderlijke huis was na de brug. Wonderlijk wat er allemaal naar boven komt drijven als je een onderwerp uit de doos tevoorschijn haalt. We switchen in onze gesprekken van het heden, het verleden en een mogelijke toekomst. En ook over het feit dat ieder huisje zijn kruisje heeft. Vroeger werd alles onder de mantel der liefde verstopt of zou het schaamte zijn. Niet de vuile was buiten hangen. Maar in deze tijd zijn we niet meer zo bekrompen en is er meer openheid. Daarbij is een open mind, begrip, empathie en mededogen een belangrijke schakel waardoor dit mogelijk is. Geen mens is perfect en we hebben allemaal, bewust of onbewust onze hebbelijkheden. In wezen frustraties die voortkomen door pijnlijke ervaringen vanuit het verleden. Het is de tijd, de hoogste tijd, wordt er door velen hulpverlenende instanties gezegd om dit op te schonen. Om hieraan voorbij te leren gaan willen we vooruitkomen. En niet als slachtoffer in ons verdriet, boosheid, frustraties of wat dan ook te blijven hangen. En dat valt vaak niet mee want dan komt het haantje ofwel onze trots tevoorschijn. Het kunnen buigen voor het gegeven dat je bij de ander en ook bij jezelf niet alles weet. Ik vind de metafoor van een school, de volgorde van klassen of groepen, een heel fijne reminder. Een fantastisch hulpmiddel omdat je daardoor niemand iets kwalijk kunt nemen incluis jezelf. Je bent lerende, altijd nog lerende tot de laatste snik.

Tilly Gerritsma, Mill