Myllesheem vertelt: Koninklijk bezoek

Op zaterdag 26 september zal om 10 uur het bord onthuld worden, dat de naam geeft aan het plantsoen aan de Langenboomseweg, waar “De tank” staat, zoals ie in Mill bekend is.

Deze militaire tank is een Ram Kangaroo Carrier of te wel een gepantserd personeelsrupsvoertuig. Het is een monument ter herinnering aan het Canadese Carrier Regiment, dat na de invasie in Normandië een grote bijdrage heeft geleverd aan de bevrijding van ons land. De carrier werd gebruikt om bij vijandelijk vuur de kwetsbare infanterie als in de buidel van een kangoeroe zoveel mogelijk te beschermen.

Begin oktober 1944 kreeg het squadron Kangaroos de opdracht om zich naar Mill te verplaatsen en zich te melden bij het Hoofdkwartier van het 8e Britse legerkorps, dat gelegerd was in villa De Kokse Beek aan de Wanroijseweg. Er verbleven ongeveer 50 tanks op Mills grondgebied voor onderhoud. De militairen konden na zware gevechten even tot rust komen en wachten op hun nieuwe missie.

Op 12 oktober ontving Mill koninklijk bezoek, in het diepste geheim. Koning George VI (1895-1952), de vader van Queen Elisabeth, bracht in gezelschap van veldmaarschalk Montgomery een inspectiebezoek aan het hoofdkwartier in Mill. Op het voormalige voetbalveld aan de Julianastraat werden de militairen onderworpen aan een keuring. Ook bezocht hij de commandopost van generaal Dempsey in Langenboom. Deze bevond zich in een boerderij (later De Koningshoeve genoemd) aan Kloosterstraat 6a, die in 1945 de naam Dempseyweg kreeg. Zijn manschappen verbleven in tenten in de tuin van het Dominicanenklooster. Hij moest ervoor zorgen, dat de militairen vanuit Langenboom naar Nijmegen konden oprukken. Ook begeleidde hij vanuit Langenboom de gevechten in Overloon, die nog in volle gang waren.

Tijdens dit bezoek werd generaal Dempsey door koning George VI met een zwaard geridderd tot Knight Commander of the Most Honourable Order of The Bath als dank voor o.a. zijn heldhaftig optreden op D-Day, 6 juni 1944. Met alle ceremoniële handelingen erbij, zoals een ridderkruis op een kussen, een knielende generaal en een koning, die het zwaard twee keer op de schouder tikt. Maar was dat echt zo? 

Is generaal Dempsey echt in Langenboom tot de ridderorde verheven? Volgens leden van de Langenboomse Heemkundekring “Felix Walter” moet dit meer in de buurt van Nijmegen geweest zijn, want op het enige filmpje wat er van deze ceremonie bestaat, herkent niemand iets van Langeboom. Uit het dagboek van Dempsey weten we, dat het gezelschap na het bezoek aan Langenboom naar Wijchen en Neerbosch is vertrokken. Dus ergens daar zal het tot ridder slaan hebben plaats gevonden. We zullen het nooit zeker weten. 

Zie ook het verhaal hierover op de site van het Brabants Historisch Informatie Centrum: “Tot ridder geslagen, maar niet in Langenboom” van Marilou Nillesen. 

Wel kunnen we met zekerheid stellen, dat koning George VI een heldhaftige man was, die er niet voor vreesde om zijn manschappen in oorlogsgebied op te zoeken. Dit ondanks zijn kwetsbare persoonlijkheid en verlegenheid, veroorzaakt door de grote emotionele druk vanuit het koningshuis, waardoor hij ook hevig stotterde. Zijn leven en de therapie om hiervan af te komen is in 2010 verfilmd in The King’s Speech met een glansrol van Colin Firth.

Maar terug naar de tank in Mill. Deze Kangaroo Carrier is in 1992 door het Bovington Tank Museum uit het Verenigd Koninkrijk geborgen en in februari 1993 naar Nederland getransporteerd, waar hij bij Scorpios in Beuningen werd gerestaureerd. De mannen en de voertuigen van de First Canadian Armoured Carrier Regiment waren verwikkeld in meer zware gevechten dan enige andere geallieerde eenheid. 

Dit mooie eerbetoon aan hen prijkt op het grasveld aan de Langenboomseweg en het is een echte blikvanger bij het binnenrijden van ons dorp. De Millse tank maakte deel uit van de bevrijding van ons land. Een blijvende herinnering.

Zie elders in deze krant meer info over de onthulling van het bord. Op de foto ziet u de inspectie van de manschappen door Koning George VI.

Geschreven door Marja Verheijen, met dank aan Toon Ermers.