Ha, dit is toch echt wel mijn favoriete tijd ten aanzien van groeten en fruit. De asperges zijn al enige weken te koop en oh wat vind ik die lekker. Als kind zijnde heb ik ze nooit gegeten. Hoogstwaarschijnlijk waren ze te duur voor ons moeder zijn portemonnee, maar het heette dan dat ze niet lekker waren. Pas op de camping de Schatberg kreeg ik ze voor het eerst te eten. Toen ik met mijn vriendje, mijn latere man, bij zijn ouders op bezoek waren. Dankzei hen heb ik de asperges leren waarderen.
Zaterdag had ik een lekkere trek gevoel en ja daar moest ik gehoor aan geven. Dus bij van Lith heerlijke asperges gehaald. Daarna naar bakker Manders en laten ze nu net weer aardbeiengebakjes hebben, iets wat de dag van tevoren door mijn hoofd heen was gegaan. ‘Niet kijken’ zei ik tegen mezelf maar toen een mevrouw voor mij drie aardbeiengebakjes bestelde was ik verkocht. Ik ging mezelf ook verwennen en eens lekker genieten.
‘Waar geniet je nog meer van?’ vroeg mijn schoondochter later in de week aan mij. Ze werkt in het gebied sociale domein en heeft vaak te maken met ouderen die de zin van het leven niet meer zien zitten. De zingeving is ver te zoeken als men niemand meer heeft om voor te zorgen en of lichamelijk, mentaal, minder vooruit kan. ‘Ik heb te maken met een vloek en een zegen’ vertelde ik haar. Ik kan fysiek dan wel nauwelijks vooruit maar mijn geest, het denken en overdenken krijgt hierdoor wel volop de ruimte. Mijn kinderen zijn mijn zegen maar anderzijds zijn de psychische, emotioneel gevoelige problemen die ze ervaren, wel een vloek voor hen en ook voor mijn leven. De dualiteit komt zo weer mooi bij elkaar en voor mij betekent dat zingeving voor mijn leven. Dat is de andere kant van de medaille. Ik ben nog altijd dankbaar dat ze bij mij terecht kunnen als ze dat nodig hebben. Heel af en toe vind ik het een vloek maar vaker een zegen. ‘Ik ben nog nodig’ is een heerlijk gevoel al is het alleen maar voor het luisterend oor dat je kunt bieden. Ik val niet meer in de valkuil dat ik alles op moet lossen. Deze lessen hebben ze zelf te leren. Maar ik vervul graag de rol van een muur waar ze van alles tegenaan kunnen gooien. Het druipt er als water wel weer af als ze klaar zijn met hun gesputter. Ik houd niet meer vast dan als even nodig is, die tijd hebben we gehad.
Ondertussen gebeurt er van alles in de wereld op grote en kleine schaal waar we geen weet van hebben en ook niet overals de vinger op kunnen leggen. Gelukkig dat vele mensen zich geroepen voelen om iets tegen de misstanden en de ongelijkheid te doen. Anderen daarentegen houden zich gedeisd, weten nog van niets of doen of hun neus bloedt. Bijzonder dat ieder mens, in wezen iedere ziel, zo zijn eigen taak heeft voor dit leven. Uiteindelijk gaan we naar een betere wereld toe maar dat dit niet zonder slag of stoot staat te gebeuren, mag duidelijk zijn. Ik herinner me de woorden die mijn vader vaak gebruikte: Alles komt goed! En ook die van mijn moeder: Maar hoe? Hoe krijgen we de hemel op aarde? Ik heb geleerd dat je daarvoor met een ruimere ‘bril’ op naar de wereld en zijn gebeuren moet leren kijken. Niet dat je dan alles doorziet of direct het oude programma kunt weggooien. Maar beetje bij beetje naar kunnen en vermogen, krijg je met andere inzichten te maken. Dat verruimt je kleine wereld en daardoor begrijp je dat alles noodzakelijk was of is om ons aller bewustzijn te laten groeien. Net als asperges die als de tijd rijp is de kopjes boven de grond uitsteken.
Tilly Gerritsma, Mill
