Degene die opzettelijk een onjuiste of onvolledige belastingaangifte indient, kan strafrechtelijk worden vervolgd. De Hoge Raad benadrukt nogmaals dat alleen iemand die aangifteplichtig is strafbaar kan worden gesteld.
Een DGA was enig aandeelhouder en bestuurder van een holding, die op haar beurt enig aandeelhouder en bestuurder was van een werkmaatschappij. Over de jaren 2011 tot en met 2016 diende hij geen IB-aangiften in voor zichzelf en geen Vpb-aangiften voor beide vennootschappen. De inspecteur stuurde uitnodigingen, herinneringen en aanmaningen – in totaal 21 uitnodigingen, 18 herinneringen en 18 aanmaningen. Bij een doorzoeking trof de FIOD een grote hoeveelheid ongeopende blauwe enveloppen aan. De DGA verklaarde dat persoonlijke omstandigheden hem hadden belet de aangiften in te dienen. Hof Arnhem-Leeuwarden vond bewezen dat de DGA als pleger opzettelijk de Vpb-aangiften voor beide BV's en de IB-aangiften voor zichzelf niet had gedaan. Daarnaast had hij feitelijk leidinggegeven aan het niet voeren van een administratie. Het Hof legde een boete op van € 50.000. De DGA ging in cassatie.
De Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2026:424) vernietigde de veroordeling voor het niet doen van de Vpb-aangiften. De wettelijke aangifteplicht rustte op de vennootschap waaraan het biljet was uitgereikt, niet op de bestuurder die het feitelijk in ontvangst nam. De DGA kon daarom niet als pleger worden aangemerkt. De veroordeling voor het niet doen van de eigen IB-aangiften en voor feitelijk leidinggeven aan het niet voeren van een administratie bleef in stand. De Hoge Raad wees de zaak terug naar het Hof voor een nieuwe behandeling van het Vpb-onderdeel.
Toelichting
Al in 2020 besliste de Hoge Raad dat de aangifteplicht niet rust op degene die als vertegenwoordiger of gemachtigde het aangiftebiljet in ontvangst neemt. De verplichting ontstaat pas door uitreiking van het biljet aan de belastingplichtige zelf – en dat is bij de aangifte Vpb de vennootschap. Het maakt niet uit dat de DGA de enige is die feitelijk iets aan die aangifte kan doen. De Hoge Raad bevestigde dit nogmaals in een recent arrest en haalde een streep door de veroordeling van de DGA door Hof Arnhem-Leeuwarden. Dit betekent echter niet dat de nalatige DGA vrij uitging. De Hoge Raad wees er uitdrukkelijk op dat de artikelen 47 tot en met 51 Sr voldoende alternatieven bieden. Voor de fiscale strafrechtpraktijk is dit een belangrijk aandachtspunt. Bij IB-aangiften is de DGA zelf de belastingplichtige en dus de aangifteplichtige – daar kan hij gewoon als pleger worden vervolgd. Maar zodra het gaat om aangifteverplichtingen van de BV, moet het OM een andere route bewandelen.
Peter Meulepas, administratie- en belastingconsulent te Mill.
